|
TEN GELEIDE
Jan
Boumeester, Hendrick Jacobs, Pieter Rombouts en Johannes Cuypers, namen
van beroemde Nederlandse vioolbouwers uit de zeventiende en achttiende
eeuw, namen die bij vioolbouwers en musici in binnen- en buitenland bekend
zijn. Maar wie heeft er nu ooit gehoord van bijvoorbeeld ARTUS BURLO?
Toch behoort deze familie tot de oudste tokkel- en strijkinstrumentenmakers
in Amsterdam. De afgelopen vier eeuwen heeft Nederland vele vioolbouwers
geteld, die bloei en mindere bloei hebben meegemaakt. Uit onderzoek van
vele jaren, gedaan door vioolbouwers en muziekhistorici, is gebleken dat
de vioolbouw in ons land al eeuwenlang een belangrijke rol speelt, ook
ver buiten onze grenzen, iets waarvan men zich wellicht niet zo bewust
is. Helaas is er, in tegenstelling tot de ons omringende landen, weinig
over gepubliceerd. Tot dusver verschenen er twee boeken over de Nederlandse
vioolbouw: De Hollandsche vioolmakers, geschreven door Dirk J. Balfoort,
uitgegeven in 1931 bij H.J. Paris in Amsterdam, en het Engelstalige boek
The Violin-makers of the low countries (Belgium and Holland), in 1955
geschreven en uitgegeven door Max Mšller in Amsterdam. Van deze uitgaven
wordt slechts zeer zelden tegen hoge prijzen een exemplaar, meestal antiquarisch,
aangeboden. Helaas vond nooit een herdruk plaats. Inmiddels zijn vele
nieuwe feiten ontdekt en leeft er bij de vioolbouwers al lang de wens
een nieuw boek over de Nederlandse vioolbouw uit te geven. Het vijftigjarig
bestaan van de Nederlandse Groep van Vioolmakers (opgericht in 1949) is
de aanleiding om deze wens daadwerkelijk in vervulling te laten gaan.
In dit boek beschrijft de muziekhistoricus Johan Giskes (Amsterdam) zijn
speurtochten in onder andere het Amsterdamse Gemeentearchief en maakt
melding van tot nu toe vrijwel onbekende ontdekkingen. Ook aan de hand
van in de archieven gevonden opsommingen van nalatenschappen, waarvan
enkele details worden beschreven, heeft Johan Giskes bewijzen gevonden
voor het bestaan van vroege vioolbouwers in Nederland, terwijl men nauwelijks
of geen instrumenten van deze bouwers meer vindt. |
 |
Vioolbouwer Fred Lindeman (Amsterdam) geeft een
beeld van de ontwikkeling van de bouw van violen in de Noordelijke Nederlanden,
een soms technische uitleg van de veranderingen, ge•llustreerd met tekeningen,
om zo de evaluatie door de eeuwen heen duidelijk te maken. In het hoofdstuk
"Bekende Nederlandse bouwers", samengesteld door Fred Lindeman, in samenwerking
met vioolbouwer Serge Stam (Utrecht), komen de belangrijkste oude meesters
aan bod. Een alfabetische lijst achterin dit boek bevat een opsomming
bevat van de ons bekende vioolbouwers vanaf 1600 tot heden, met geboortedatum,
plaats waar men werkt of werkte en eventueel de sterfdatum. Bij het samenstellen
van de lijst is Lindeman uitgegaan van het vermelden van bouwers die zich
volledig professioneel met de vioolbouw bezighielden en -houden. Een kwaliteitsoordeel
is hierbij niet aan de orde. Hoewel met grote zorgvuldigheid aan deze
lijst is gewerkt, is het niet uitgesloten dat een bouwer onvermeld is
gebleven, omdat de naam niet voorkwam in alle door Lindeman geraadpleegde
bronnen. Voor de in dit boek opgenomen interviews met de huidige leden
van de NGV is Ellen Hooijen verantwoordelijk. Zij bezocht iedere vioolbouwer
in zijn of haar atelier om een zo persoonlijk mogelijk verhaal te kunnen
schrijven. Uit deze interviews moge blijken dat ook vandaag de dag de
vioolbouw in Nederland springlevend is, zodat men met recht kan zeggen
dat er aan het antiek van de toekomst wordt gewerkt!
Jaap
Bolink
|